Het kleine stadje Gisborne, op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland, heeft een aantal eersten: Het is de meest oostelijk gelegen stad in het land, en de eerste die de zon ziet opkomen, en het was de eerste plaats in Nieuw-Zeeland ontdekt door de Britse verkenner kapitein James Cook in 1769. (Polynesische reizigers waren eeuwen eerder gearriveerd.) De Gisborne-regio, ook bekend als Tairawhiti, heeft een van de grootste Maori-bevolkingen in het land en biedt vele mogelijkheden voor bezoekers om te leren over de inheemse cultuur van deze afstammelingen van de Polynesische kolonisten en om hun kunst te bekijken. Terwijl de meeste Nieuw-Zeelanders tenminste een aantal zinnen in Maori spreken (reizigers worden dikwijls begroet met “Kia ora”, een welkomstgroet die “Heb leven en wees wel” betekent), is het hier de voertaal voor veel inwoners. Het Tairawhiti-museum biedt een uitstekende introductie op de Maori-cultuur en die van andere gemeenschappen in en nabij Gisborne. Buiten de stad zelf trekken de lange zandstranden van het gebied en beschermde breaks surfers, zwemmers en zonsopgangskijkers aan. Dit deel van het land is ook bekend om zijn wijnen, vooral chardonnay, welke goed gedijt in het milde klimaat en de kalksteenrijke grond.