De archipel van Kaapverdië bestaat uit 10 eilanden, van zo plat als een pannenkoek tot steil vulkanisch, die in de Atlantische Oceaan liggen op zo'n 570 kilometer (350 mijl) ten westen van Senegal. Ondanks dat het land zich te midden van niets bevindt, is het al een commercieel centrum sinds de 16e eeuw. Lang voor de Portugese kolonie in 1975 onafhankelijk werd, en nog steeds is, hebben de vaar- en visvaardigheden de Kaapverdianen ver gebracht. Vooral in Lissabon, Rotterdam en New England zijn populaties van immigranten uit het land te vinden. Zij hebben ook dankzij hun enorm populaire muziek veel rondgereisd, om het te delen met een publiek over de hele wereld dat wordt geraakt door de melancholische ritmes en verrukt is door de dansbare Afrikaanse beats. Op het grootste en wellicht minst bezochte eiland Santiago heeft Praia nog niet die opleving van grote kantoorgebouwen meegemaakt zoals in een aantal andere Afrikaanse hoofdsteden. In het centrum, Plateau genaamd, staan het koloniale National Archives en het onlangs gerenoveerde presidentiële paleis naast wegkwijnende Art Deco-gebouwen. Praia mist dan wel een bepaalde commerciële bedrijvigheid, maar op straat heerst nog steeds een levendige sfeer en bezoekers kunnen in bars en restaurants van live muziek genieten.