Zowel cultureel als geografisch is het Big Island van Hawaï in twee helften van dezelfde grote verdeeld. Het oosten is jungle-achtig, donker en er kan lava stromen. Aan de andere kant, die van Kona, wordt alle koffie verbouwd en iedereen staat er vroeg op, zeer vroeg.. Je kunt hier zelfs iemand de snelheidslimiet zien overschrijden, wat ondenkbaar is elders op de eilanden.
Veel van deze drogere regio lijkt heeft wel iets weg van een woestijn. Maar de vormen van de heuvels en de manier waarop regen op richels inslaat, betekenen dat Kona honderden microklimaten heeft. Daardoor floreerde de koffieteelt: Variaties in hoogte van enkele meters kunnen resulteren in zeer verschillende brouwsels. Sommige plantages zijn niet groter dan een acre, anderen zijn groot genoeg om twee of drie soorten te omvatten. Hoe dan ook, de bonen worden met de hand grootgebracht, van struik tot beker.
Gelukkig zijn er rond Kona tal van plaatsen om te spelen en wat cafeïne te verbranden. Er is heel veel geschiedenis te vinden, zoals Kamehameha’s heiau (tempel) en de heilige gebouwen van Puuhonua O Honaunau ("Het toevluchtsoord") en de baai waar kapitein Cook zijn laatste adem uitblies. Walvissen houden van de Kona-kant, spinner-dolfijnen doen hun naam eer aan en reusachtige manta's komen langzaam omhoog uit de diepte. Een half eiland is een wereld op zich.