Voor een spreker van het Spaans klinkt de naam Puerto Madryn, een stad met ongeveer 94.000 inwoners in Noord-Patagonië in Argentinië, misschien vreemd in de oren. Het tweede woord lijkt geen Spaans en is dat ook niet. Love Jones-Parry, een grootgrondbezitter uit Wales, reisde in 1862 naar Patagonië om te bepalen of het gebeid geschikt was voor kolonisten uit Wales. Toen zijn schip uit koers raakte, noemde hij de baai waar hij aankwam Porth Madryn, naar zijn landgoed in Wales. In 1865 reisde een groep van 162 Welshe immigranten (andere bronnen geven een aantal van 150), aangemoedigd door de gunstige berichten van Jones-Parry, af naar Argentinië om zich te vestigen in de plaats die nu bekendstaat als Puerto Madryn.
Een aantal restaurants serveren in herinnering aan hun Britse achtergrond nog steeds afternoon tea. Maar voor de meeste reizigers is Puerto Madryn het best bekend als de toegangspoort tot het schiereiland Valdés, dat door UNESCO tot werelderfgoed is bestempeld en net buiten de kust grote populaties van zeehonden, zeeleeuwen en walvissen huisvest. Terwijl de natuurlijke wonderen en fauna de belangrijkste trekpleisters van de regio zijn, is het de moeite waard om ook een beetje de restaurant-promenades en stranden te verkennen die de stad een steeds populaire badplaatsbestemming hebben gemaakt.