Guernsey, het op een na grootste Kanaaleiland, is het dichtstbevolkt met ongeveer 60.000 inwoners op 65 vierkante kilometer, verspreid over steden, weides op klippen, boerderijen en moestuinen. De geschiedenis van Guernsey gaat terug tot de neolithische periode, toen inwoners de menhirs plaatsten die verspreid liggen over het landschap. Ten tijde van de Romeinen was hier een handelspost. Maar de hoofdstad van het eiland, St. Peter Port, kwam echt tot bloei tijdens de Napoleontische oorlogen, toen mensen van over heel Europa naar hier kwamen om de gevechten te ontvluchten. Velen onder hen waren Britten die de hoge oorlogsbelastingen wilden ontvluchten. Kapers en smokkelaars leverden in de 19e eeuw een aanzienlijke bijdrage aan het welvaren van de stad en rijke handelaars bouwden stijlvolle regentswoningen. En Victor Hugo woonde hier van 1856 tot 1870 in ballingschap in Hauteville House.
Vanaf de zee gezien is St. Peter Port een cluster van witte gebouwen die boven de haven uitsteken. Het is hier een komen en gaan van veerboten die naar Engeland, Frankrijk en de andere eilanden varen. Er zijn twee sleutelwoorden voor wie net van een cruiseschip komt: steil en smal. De steegjes in de Oude Wijk zijn zo smal dat u vanuit een raam op de bovenverdieping geheimen kunt toefluisteren aan uw overbuur. De steile trappen die deze kronkelende straatjes met elkaar verbinden, maken van uw ontdekkingstocht een waar genot. Hou er rekening mee dat veel winkels op zondag gesloten zijn.