Elk jaar komen bezoekers naar Nieuw-Zeeland om op zoek te gaan naar landschappen die rechtstreeks uit Midden-Aarde komen. Die vinden ze in Fiordland National Park, aan de zuidwestkust van het Zuidereiland. Dit prachtige park van 12.000 vierkante km biedt bergen, meren, fjorden en regenwouden. Dit gebied werd vroeger bevolkt door Maori-jagers. Later vestigden Europese walvisjagers zich hier in kleine nederzettingen. Maar deze regio staat vooral bekend om de beperkte menselijke activiteit. De steile pieken en het natte landschap schrokken iedereen af, behalve de moedigste mensen. Dat veranderde aan het eind van de 19e eeuw, toen reizigers de prachtige omgeving van Fiordland ontdekten. Het nationale park werd in 1952 formeel opgericht.
Talloze planten- en diersoorten vinden hier een toevluchtsoord. Een van de zeldzame vogels in het park is de niet-vliegende takahe. Er werd jarenlang gedacht dat deze was uitgestorven, totdat hij in 1948 in de omgeving werd gezien. Ook voor de kust zijn natuurwonderen te vinden: In het water zijn vaak zeehonden, dolfijnen en walvissen te zien.