Er wonen 4.500 mensen op Heimaey, een eiland van 13 vierkante kilometer (vijf vierkante mijl) van de zuidkust van IJsland. Het werd genoemd in een aantal middeleeuwse IJslandse verhalen en werd aangevallen tijdens Turkse rooftochten in de 17e eeuw, maar de gebeurtenissen van 23 januari 1973 zetten Heimaey pas echt op de kaart. Op die dag werden de inwoners wakker van een aardbeving en pluimen as van de Eldfell vulkaan, gevolgd door lavastromingen. De meeste inwoners werden geëvacueerd, terwijl een aantal achterbleef om de haven te beschermen door oceaanwater op de hete lava te sproeien. Toen de uitbarsting bijna zes maanden later tot rust kwam, was het eiland met 2,2 vierkante kilometer (0.9) vierkante mijl) gegroeid en de halve stad vernield, maar de haven was gered. Het merendeel van de eilandbewoners keerde terug en Heimaey is sindsdien bekend als een dramatische microkosmos van de buitengewone geologische activiteit van IJsland. De uitbarsting van 1973 is de focus van het fascinerende Eldheimarmuseum. Er wordt onder andere een huis tentoongesteld dat, net als in Pompeii, verzwolgen werd door as. Een rondvaart om het eiland biedt weer een ander perspectief op de buitengewone geologische geschiedenis van Heimaey, en zijn heden.