Liggend op de oude handelsroute tussen de Adriatische Zee met Istanbul, heeft Thessaloniki lang een samenloop van culturen gekend. Deze bruisende havenstad werd pas in 1912 opgenomen in de moderne Griekse staat, bijna een eeuw nadat de rest van Griekenland werd bevrijd van het Ottomaanse Rijk. Hoewel een verwoestende brand een groot deel van de stad in 1917 is de as legde, duiken overal echo's op van haar vroegere bewoners: in de Romeinse ruïnes, Byzantijnse kapellen, Ottomaanse baden en afbrokkelende synagogen. Tot aan de Tweede Wereldoorlog heeft "het Jeruzalem van de Balkan" een aanzienlijke Joodse bevolking gehad, gecentreerd rond Ladadika, een commerciële wijk tegenover de haven. De oude scheepvaartpakhuizen zijn inmiddels omgebouwd tot trendy restaurants en clubs. Met zijn hoge dichtheid aan musea en monumenten (er zijn 15 door UNESCO tot werelderfgoed uitgeroepen locaties), is de tweede stad van Griekenland een culturele krachtpatser. Kunstenaars van over de hele wereld komen voor het Dimitria Festival (elke zomer sinds 1966, maar oorspronkelijk stammend uit de Byzantijnse tijd); Thessaloniki International Film Festival elk jaar in november; en de Biënnale voor Hedendaagse Kunst, met tentoonstellingen in ruimten zoals een in onbruik geraakte hammam, moskee en slachthuis. De iconoclastische burgemeester, Yiannis Boutaris heeft zich er hard voor gemaakt dat de culturele diversiteit van de stad wordt gevierd, wat een nieuwe golf van digitale startups, ontwerpers en sociale ondernemingen met zich mee heeft gebracht.